Camus schreef in 1946 Staat van beleg als aanklacht tegen iedere vorm van totalitarisme, links of rechts, maar vooral met het oog gericht op het naoorlogse Franco’s regime. Na herlezing blijkt het stuk verbazend toepasbaar op onze actualiteit. Welke impact heeft een rigoureuze religie, een populistisch gedachtengoed, een epidemie, de bureaucratie, de angst… op de grote massa? En hoe gek gedraagt de liefde zich in die omstandigheden? Wordt humor in die omstandigheden wrang of verlichtend?
Technisch was zijn doel alle vormen van dramatische expressie, van het Griekse koor over stil spel, klucht, monoloog, dialoog tot collectief theater samen te voegen. Het stuk wordt aanzien als de eerste voorloper van het absurdistisch theater. Hij brengt in lichtheid door zijn personages overdreven karikaturaal te beschrijven. Het zijn deze karikaturen die ons aangezet hebben om her en der de moraliteit te schrappen, om meer aandacht te schenken aan het lichaamsspel.
Waar Camus de Rebel en de Don Juan als absurde helden op het voorplan plaatst, krijgt in onze regie het koor een ereplaats. Getekend door het leven, draaiend met de wind, meelevend met een liefdesspel… wie biedt hen houvast wanneer ze herleid worden tot nummers in een overgereguleerde maatschappij?